De machinisten en stokers van het Wamelsch gemaal

Geheel onderin staat het complete machinisten en stokers overzicht.

 

Van deze zwart wit foto zijn ettelijke schilderijen gemaakt en soms is deze zwart wit foto ook professioneel ingekleurd. De afbeelding hangt in ieder geval bij vele mensen of familieleden  die  betrokken waren bij dit stoomgemaal. Het is het laatst compleet nieuw gebouwde gemaal in deze streek. Het oude schepradgemaal stond op dezelfde plek.

 

 

 

 

 

De eerste machinist die langdurig in dienst was, was Herman Friedrich Esser (.Hij noemt zichzelf Herman Frederik Esser)  Geboren op 8 april 1861 in Elberfeld (bij Wuppertal in Duitsland) en overleden op 11 nov 1930 in Nijmegen. Hij zou dan 19 jaar zijn geweest toen hij op het gemaal begon rond 1880 ??? Niet 100% zeker dus. Het was echter wel een machinist/ovenbouwer maar ook herbergier. Zijn vader Robert Willem Esser zat in het zelfde vak aan de overkant van de Maas.

scannen0001

De benoeming werd bekend gemaakt in Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbossche  courant op 16-11-1879

 

 

 

 

Ik vond deze gegevens via onderstaande en vond dit via genealogie sites.

Op 13 september 1891  staat er een advertentie in een  krant van Robert Willem Esser senior i.v.m. met zijn 25 jarig jubileum als machinist  van een stoomgemaal te Gewande. Hij was machinist, machinebouwer, werktuigbouwkundige in Den Bosch, geboren op 10‑02‑1826 te Gerresheim (Duitsland) en overleden op 06‑02‑1901 te Appeltern op 74‑jarige leeftijd.

Al zijn kinderen worden genoemd.

Hieruit blijkt ook dat er in de familie Esser diverse machinisten waren. Zo wordt ook F. (Friedrich) Esser genoemd als machinist van het stoomgemaal Wamel.

 

 

Maar ook de naam Fliervoet en Herckenrath kom je tegen in deze advertentie. Het was blijkbaar een gewild/populair beroep in diverse families.

 

H. Esser  (Hugo) was 2de machinist op het gemaal te Gwande. Hij werd later machinist bij het waterleiding bedrijf in Eindhoven.

Hugo Esser met familie

 

 

 

 

 

 

 

Omdat ik op zoek was naar een foto van de  machinist H.F. Esser ging ik zoeken in de  telefoongidsen op internet  en kwam uiteindelijk uit bij nazaten van Hugo Esser. Hier begon een nieuwe zoek en ontdekkingstocht die ik apart vermeld onder het tabje van Hugo Esser op deze pagina.

Machinist Hugo Esser

 

 

 

 

 

De opvolger van machinist Herman Frederik Esser op het schepradgemaal werd P.J. Nijtmans in 1919. Deze was geboren op 27 augustus 1861.

Hij was dus 58 jaar toen hij machinist werd op het Wamelsche scheprad gemaal maar kende het gemaal want hij was eerst stoker geweest. Dat was ook heel gebruikelijk.

 

Machinist H.F. Esser staat in een genealogieoverzicht ( http://www.vfbrans.nl/esser.htm) genoemd als herbergier, machinist en ovenbouwer. In oude kranten  rond 1904 kom ik vele advertenties tegen van de zgn. Esser’s verplaatsbare bakovens. Hij adverteert er mee voor particulieren, restaurants , landbouw en industrie. Zelfs in een krant die in  Suriname te lezen was. Geschikt voor 4 tot 80 broden!!!

Verder is hij betrokken geweest bij de oprichting in 1902 van de Naamloze Vennootschap Boterseparator Cie volgens het patent van Deursen??????  In de lijst van mede oprichters kom ik bekende namen tegen zoals Jurgens en Dobbelman

Op de website van Jan Reuser en Jos van Koolwijk wordt uitgebreid ingegaan op zijn technische  betrokkenheid bij de ontwikkeling van een boterseparator. Deze separator diende om de room op mechanische wijze van de ondermelk te scheiden

Zie website:   main

 

Alles heb ik eens op een PDF bestand gezet.     Esser bakovens

Ik verbaas me steeds meer over de kennis, achtergrond en relaties van deze mensen.

Kijk maar eens op de website van Tremele;

http://www.tremele.nl/bedrijven/esser_fh%20bakovens/esser%20bakovens.htm

Esser neemt zelf ontslag

 

 

 

 

 

 

 

 

Hij werd opgevolgd door P.J. Nijjtmans

Een prachtige foto met informatie van de familie Nijtmans verkreeg ik via Dina van den Heuvel.

 

 

 

 

 

Zittend: machinist P.J. Nijtmans met zijn vrouw en er achter drie zonen.

Staande links: machinist J.T. Nijtmans

Staande midden: Antonius Wilhelmus Nijtmans  (onderwijzer)

Staande rechts: Theodorus Allardus Nijtmans stoker/polderwerker maar tevens hulpmachinist. Roepnaam Thé. Vader van Dina van den Heuvel

 

 

Dina van den Heuvel is de dochter van Theodorus Nijtmans (rechts achter)

Piet Nijtmans die mij ook veel informatie verstrekte is ook een zoon van deze Thé

 

 

 

 

 

 

 

In de Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbossche courant van 02-01-1919 staat:

 

 

 

 

Het schepradgemaal was nog niet omgebouwd. Dat moet dus Petrus Johannes Nijtmans zijn geweest

Petrus Johannes Nijtmans ging in 1926 met pensioen en in de zelfde brief wordt aangekondigd dat zijn zoon J.T. Nijtmans die tot op dat moment stoker (geen vast werk) was zijn opvolger werd.

Eervol ontslag PJ Nijtmans

 

Door diverse foto’s van de machinekamer te vergelijken kom ik tot de conclusie dat onderstaande foto’s  de machine is van het oude schepradgemaal.

 

Machinist J.T. Nijtmans op de foto bij de stoommachine van het scheprad. De ingenieur van de stoomwezenkeuring in het witte jasje links op de voorgrond

Dezelfde stoommachine en ook nu met J.T. Nijtmans  volgens de familie. Maar ?????? ik ben niet overtuigd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op de enige foto die ik heb van de nieuwe stoommachine en de pomp zien de onderdelen er heel anders uit!  Het  krukastdeksel van de aandrijving voor de luchtpomp die in de kelder zit is namelijk veel kleiner. De twee bovenste foto’s met de machinisten zijn dus genomen met de oude stoommachine.

 

 

De Provinciale Noordbrabantsche  en ’s Hertogenbossche courant  schrijft op 20 jan 1923 :

DREUMEL, 18 Jan. Het proefmalen met bet nieuwe stoomgemaal van den Wamelschen polder, dat zich alhier bevindt en welke proef dezen zomer bij gebrek van water moest worden uitgesteld, zal thans plaats hebben.

 

 

J.T. Nijtmans  was geboren op 8 juni 1897.

Hij werkte in 1920 een seizoen lang op de Waalsteenfabriek Bato’s erf te Dreumel en Heerewaarden met stoommachines.

Hij kreeg een mooie aanbeveling mee van de directeur van deze steenfabriek.

Aanbeveling Nijtmans

 Zijn benoeming in 1926 vond ik in het archief van zijn zoon Jo Nijtmans.

Benoeming JT Nijtmans 1926

 

Johan T. Nijtmans bleef machinist op dit gemaal totdat tot de sloop van het gemaal besloten was. Het nieuwe gemaal Quarles van Ufford was in bedrijf genomen en de afwatering van de polders was totaal veranderd waardoor de drie gemalen (Alphen, Druemel en Wamel) overbodig werden.

In 1952 werd zijn salaris herzien en dat had ook te maken met zijn latere pensioen.

Herziening salaris

Hij ging in 1953 met vervroegd pensioen.

Zie zijn wachtgeldregeling:

Nijtmans met pensioen

De machinisten op de diverse gemalen hadden vaak een tweede baan om hun inkomen aan te vullen.

Johan T Nijtmans was  dus machinist op het stoomgemaal van de polder van Wamel. Omdat er in de zomer niets drooggemalen hoefde te worden, had hij tijd om fietsen te repareren. In de jaren twintig van de vorige eeuw begon Johan T. Nijtmans in Dreumel met het verkopen en repareren van fietsen. Hij nam toen het bedrijf over van de machinist Esser.

Ook zijn zoon J. T.M. Nijtmans (Jo genoemd) die ik nog ontmoet heb in 2009,  heeft de fietsenzaak nog bestierd. Jo en zijn vrouw Tonnie zijn nog een keer op het stoomgemaal geweest.

 

 

Uiteraard speelden de stokers ook een zeer belangrijke rol om het gemaal draaiend te krijgen en te houden.

Beide Nijtmans machinisten zijn ook stoker geweest maar  Theodorus Allardus Nijtmans was stoker/polderwerker maar tevens hulpmachinist

Hij staat op de foto rechts achter.

Hij werd Thé de stoker genoemd. Theodorus is geboren op 22 aug 1903 te Dreumel en overleden 10 jan 1988.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Machinisten/stokers  overzicht:

Wilhelm  Hinterberg geboren  7 mei 1852 in Kleef 

Hij was kortstondig machinist voordat Esser aangesteld werd. Tot nu toe heb ik weinig over zijn achtergrond gevonden.

Herman Frederik Esser

Geboren 8 april 1861- Overleden 11 november 1930

Machinist van 1 6 nov 1879 tot 1919 op het schepradgemaal

Wie was stoker???? Waarschijnlijk een periode Petrus Johannes Nijtmans

Petrus Johannes Nijtmans 

Geboren 27 aug 1861 te Wamel – Overleden 29 sept 1941 te Dreumel

Stoker of vuurstoker tot 1919 en later machinist volgens de benoeming in de krant.

Informatie van Piet Nijtmans in Jan 2019:  Hij werd in het dorp Hanneske de Stoker genoemd.

Machinist van 1919 tot 1926 op het schepradgemaal/omgebouwd gemaal met centrifugaalpomp dat in 1923 klaar was.

Johannes Theodorus Nijtmans

Geboren 8 juni 1897 te Dreumel – Overleden 22 okt 1976 te Dreumel

Stoker tot 1926.

Machinist van 1926 tot 1950/1952 slopen van het gemaal met centrifugaalpomp

 

Stoker op het gemaal van Wamel

Theodorus Alardus Nijtmans  roepnaam  Thé.

Geboren 22 aug 1903 te Dreumel – Overleden 10 januari 1988 te Dreumel

Hij kreeg zijn benoeming als stoker/2de machinist aan de bemalingsinrichting  van den dorpspolder Wamel schriftelijk op 10 december 1926.

Benoeming Thé de stoker

E.e.a.  was besloten in de bestuursvergadering  van 13 oktober 1926. Op 10 jan 1927 werd hij op de geerfdendag ook in het genot gesteld van vrij wonen, vuur en licht

Zijn broer J.T. Nijtmans werd in 1926 benoemd van stoker tot machinist en hij volgde zijn vader op in deze functie.

Wat Thé Nijtmans deed voordat hij stoker was  weet ik nog niet  zeker maar ik denk dat hij polderwerker was.

Bij zijn 40 jarig jubileum in 1966 in dienst van het polderdistrict, stond er een groot artikel in de krant van hem in een krant. Dit kreeg ik van zijn dochter Dina. Ik heb het helemaal overgetypt en hier en daar e.e.a. verduidelijkt.

 

Thé de stoker

 

Verdere informatie over deze Thé Nijtmans vindt u onder het tabje:

De familie Nijtmans

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit verhaal zou in 1966 geschreven zijn
maar door wie en in welke krant?
De “nije jonge”, die Nijtmans werd
“Thé de stoker “viert feest.
Vandaag viert in Dreumel de heer Thé Nijtmans- in de wandeling nog altijd
bekend als “Thé de Stoker- zijn 40 jarig jubileum in dienst van het
polderdistrict. Dat in dienst zijn van het polderdistrictmoet dan in wat ruime zin
worden opgevat, want het huidige polderdistrict is als zodanig pas 22 jaar oud.
De heer Nijtmans trad op 1 oktober 1926 als stoker (oftewel tweede machinist)
op het “stoommasien” in dienst van de dorpspolder Wamel en van deze
dorpspolder is het polderdistrict in elk geval erfopvolgster. Ook Nijtmans ging
dan ook in 1944 over van de dorpspolder naar het polderdistrict een overigens
voor hem destijds zeer welkome promotie. Ik ging toen ineens met 24 gulden in
de week naar huis en we kenden onszelf niet meer van weelde. Thé Nijtmans is
de personificatie van een stuk waterschapsgeschiedenis van Maas en Waal
hoewel de Nijtmansen zelf nog jong zijn in de historie van deze streek. De eerste
Nijtmans is namelijk in het najaar van 1794 bij Teeffelen (Noord Brabant) als
broekje van een jaar of zeven in noordelijke richting over de Maas gekomen.
Hij kwam toen waarschijnlijk aan de hand van een marketentster in het kielzog
van het Franse leger.
Een marketentster (ook: marketenzer, zoetelaar of zoetelaarster) was een kampvolgster die
gerechtigd was om aan soldaten waren te verkopen zoals drank, voedsel en kleine benodigdheden voor
het dagelijks leven. Drank verkochten ze uit het typische marketentstervaatje dat ze op de heup
droegen. Men moet haar niet verwarren met de wasdame van een legereenheid. Vaak was deze vrouw
getrouwd met een militair beneden de rang van onderofficier. In kampen en kazernes dreven ze vaak
een soort café. Het leger kende toentertijd nog geen eigen kantinedienst. In de permanente kazernes
van de staande legers van de latere negentiende eeuw dreven de marketentsters de soldatenkantine en
verrichtten soms ook werkzaamheden als het wassen en onderhouden van de kleding van de soldaten.
Het Franse leger, kwam het land van Maas en Waal bevrijden van wat men toen
zag als een erfstadhouderlijk juk. Toen de Fransen -sansculotten zoals men hen
wel noemde- enkele maanden later over de bevroren rivieren verder noordwaarts
trokken, liet men het ventje in Wamel achter. Misschien omdat zijn vader
sneuvelde bij een van de veldslagen die toen in het land van Maas en Waal
plaatsvonden of misschien ook wel omdat men zonder meer genoeg van hem
had.
De sansculotten waren de handwerkslieden, kleine handelaren en winkeliers tijdens de Franse
Revolutie. Zij vormden een heterogene groep bestaande uit de middenstand en de elite uit de
verschillende wijken van Parijs
Over dat “nije jong” is destijds wat geplukhaard tussen de diaconie van de
hervormde kerk en de Wamelsche “ buurmeester” (voorlopers van de
poldermeesters) waar hij in huis bleef, maar hij bleef waar hij was. In 1810 toen
alle mensen officieel een achternaam moesten kiezen, was het ‘nije jong”een
man geworden en daarom noemde hij zich “de nije man” oftewel Nijtmans.
Ik heb wat
Ook in Wamel werd in de vorige eeuw een dubbeltje niet snel een kwartje. Drie
generaties Nijtmans bleven boerenknecht bij een Wamelse poldermeester. Die
Wamelse poldermeesters hadden wat moeilijkheden met het overige bestuur van
de Molenpolder, waarvan Wamel oorspronkelijk deel uitmaakte en waarvoor
Ir. Fijnje in de veertiger jaren van de 19de eeuw het eerste stoomgemaal van
Maas en Waal bouwde. De Molenpolder spatte toen in de zeventiger jaren uiteen
en de dorpspolder Wamel liet toen op de plaats waar de Nijtmansen nu nog
wonen een nieuw stoomgemaal bouwen. In 1890 had men daarvoor een nieuwe
stoker nodig en zei een Wamelse poldermeester tegen zijn knecht “Hannes, ik
heb wat voor je”. Aldus werd Johan Nijtmans de vader van de jubilaris, stoker
op het Wamelsche masien. (Vanaf 1879/1880 was Friedrich Esser de machinist)
Hij werd “Hannes de Stoker en zijn vrouw werd Hanneke de stoker”. In 1918
promoveerde Hannes van stoker tot machinist en kwam zijn zoon Johan in
dienst als stoker. In 1926 , kort na de grote watersnood, ging vader Nijtmans met
pension., promoveerde Johan tot machinist en kwam diens broer Thé in dienst
als stoker. “Tweede machinist “noemde men het toen al officieel wat niet
verhinderde dat hij “Thé de stoker “ bleef. Tot in onze dagen.
Uit Bed.
Zijn salaris bedroeg f300,- per jaar en daarvoor moest in elk geval tussen
Allerheiligen en Pasen telkenmale het gemaal vrijwel constant bediend worden.
De dag na mijn trouwen-ik weet het nog precies- moest ik al ’s morgens om
zeven uur uit bed, omdat er gemalen moest worden en in die hele zomer van
1930 heb ik slechts vijf vrije zondagen gehad.
Voor beide broers die al spoedig een flink gezin hadden, gold de dure plicht om
te zien naar nog wat neveninkomsten. Johan begon er in zijn huis naast het
gemaal een fietsenmakerij bij. Thé werkte eerst nog wat bij de boeren, doch
toen de grote crises het hardste nijpte, hadden die voor hem geen werk meer. Hij
kocht een hit en wagen en ging voor zijn broer venten met rijwielonderdelen,
soms tot ver in Brabant. Maar ook toen werd een dubbeltje nog niet zo
gemakkelijk een kwartje. Soms beurde ik op een dag nog niet genoeg om het
veergeld te kunnen betalen. Als je een fietsband verkocht voor een gulden
verdiende je daaraan een kwartje. Daarvoor moest je dan eerst een binnenband
lappen, vervolgens de buitenband erom leggen en tenslotte dan nog je gulden
binnenhalen in vier termijnen van een kwartje.
Hittegeleider
Thé Nijtmans zocht dus naar andere mogelijkheden. Hij maakte van een
motorboot een veegboot- de eerste machinale veegboot van de streek en ging
daarmede voor de dorpspolder weteringen schoonmaken. Daarin was het water
echter ook wel eens heel erg laag, zodat de schroef vastraakte in de bocht.
Daarom werd de hit die eerst voor de fietsenspullenkar gestaan had, voor de
boot gespannen en ging een van Nijtmans kinderen als hittegeleider fungeren.
En dat ging prima. Zo kon je een paar gulden verdienen.
In 1944 gingen de gemalen over naar het toen geformeerde gecombineerde
polderdistrict. Het bestuur daarvan wilde geen los personeel meer en Nijtmans
kreeg een vaste dagtaak, plus een salaris van 24 gulden per week. ”We gingen
toen haast naast ons schoenen lopen”
Feest
De ruilverkaveling heeft het oude Wamelsche stoomgemaal overbodig gemaakt.
Het is gesloopt. Er is een nieuw modern gemaal voor in de plaats gekomen en
daarop is Nijtmans machinist. Voor de rest van zijn tijd zorgt hij voor het
onderhoud van de polderwegen. Dat zijn nu nog in hoofdzaak de wegen en de
dijken. Op die dijken komt men hem en ook in vele huizen daarlangs waar in
Dreumel.
Thé Nijtmans is geboren op 22 augustus 1903 te Dreumel. Hij was de zoon van
machinist P.J. Nijtmans. Na de lagere school heeft hij een tijdje als knecht bij
een smid gewerkt. Daar leerde hij metaal bewerken hetgeen hem later goed van
pas kwam.
Het verhaal van Thé Nijtmans geeft een goed beeld hoe zijn leven in de vorige
eeuw verliep. Hij is op 84 jarige leeftijd te Dreumel overleden op 10 januari
1988.
Of de geschiedenis van de Nijtmans’en helemaal klopt betwijfel ik, want een
genealogisch onderzoek van de familie Nijtmans verricht door J.H. van
Kruisbergen gaat terug tot circa 1725.